TOM HARKEMA:

'Ik schrijf voor mijn plezier, het liefst korte verhalen. Het is wonderlijk hoe het brein werkt. Een idee popt op en blijft hangen. Je pakt je pen of laptop en de woorden verschijnen. Je glimlacht of je fronst. Je bouwt en vormt. Je streept door en gooit weg. Je bouwt en vormt. Soms verschijnt er een pareltje. In je eigen ogen dan.'

Een balletje trappen

 

Keer op keer schiet ik de oranje bal tegen de twee houten garagedeuren van ons huis. We wonen in een doorzonwoning in een rijtje van drie en de buitenste huizen hebben een aangebouwde garage. Onze garagedeuren hebben verticale grijze en witte strepen. De oprit bestaat uit stoeptegels, de meeste grijs, sommige rood. In de zijmuur van het huis zit een ruit van gezandstraald glas, waarin de veertien skûtsjes van Friesland zijn gestileerd. Heit heeft de kunstenaar Meinte Walta uit Leeuwarden de opdracht gegeven een kalender met Friese volkssporten vorm te geven. De ruit is hieraan ontleend en geeft het verder doorsnee huis een opvallend accent. Dat doet ook het onderscheidende meubilair: de bekende oranje slice van Artifort en een strakke, grijze bank van hetzelfde trendy merk domineren de voorkamer.

Ik trap met links en rechts. Ik ben een talent in de jeugd van voetbalvereniging Oranje Nassau Sneek en sta als negenjarige in het eerste van de welpen. Voorzitter Steenwijk leerde me hoe ik mijn zwakkere linkerbeen kon ontwikkelen: ‘Trek de schoen van je rechtervoet uit, zodat je vanzelf met links gaat schieten’. Maar nu heb ik beide schoenen aan. Links schieten gaat goed, maar met rechts voel ik steeds de bloeduitstorting in mijn bovenbeen. De grote blauwe plek doet zeer en mijn dijbeen is stijf. Ik verbijt de pijn, het moet lukken om over drie dagen weer te spelen.

***

Op een dinsdagavond in april 1966 spelen we een wedstrijd voor de Friesland Cup, het voetbaltoernooi voor teams met spelers tot twaalf jaar oud uit heel Friesland. De tegenstander op deze frisse avond is Oosterwolde. Ik fiets om half zes van huis, het is niet ver. Thuis heb ik met moeite een paar boterhammen met kaas gegeten. Voor de wedstrijd ben ik altijd zenuwachtig en een beetje gespannen. Ik fiets naar het sportpark aan de Leeuwarderweg. Haastig steek ik de drukke straatweg over, al helemaal in focus op de komende wedstrijd. De lichtgroene Trabant die van rechts komt, zie ik niet en met een flinke klap word ik geraakt. Mensen schieten toe, de chauffeur van de auto stapt uit en heft zijn handen in de lucht. “Ik kon er niks aan doen!’, roept hij, ‘de jongen keek niet uit. Mijn wagen heeft net een beurt gehad en de remmen zijn helemaal in orde.’ Ik krabbel op, mijn been doet zeer en ik hink met mijn fiets aan de hand het sportpark op. Ik voetbal nog een kwartier mee, maar het wordt niets: de emotie en mijn pijnlijke bovenbeen maken dat ik geen bal raak. De coach wisselt me en huilend loop ik het veld af.

***

Op zaterdag 29 maart 1965 fietsen heit en ik naar de Jollenstraat. Daar woont Cnossen, de secretaris van Oranje Nassau Sneek, kortweg ONS. Twee dagen later word ik acht, de leeftijd waarop je lid van een voetbalclub kunt worden. Sneek kent vijf voetbalverenigingen, ieder met zijn eigen verzuilde achtergrond: VV Sneek is de arbeidersclub, Wit Zwart Sneek de RK vereniging, LSC (Lycurgus Sparta Combinatie uit 1890) de liberale club voor de beter gesitueerden en Black Boys verenigt jongens uit achterstandsmilieus. Ik word lid van ONS, de voetbalclub op protestants-christelijke grondslag. Vanzelfsprekend, we zijn gereformeerd en houden ons aan de voorschriften en gebruiken die bij de gereformeerde kerk horen. Op zondag voetbal je niet, maar ga je naar de kerk. Iets kopen op de dag des Heren is uit den boze. We gaan naar de school met de Bijbel, we lezen Trouw en we kopen zoveel mogelijk bij gereformeerde middenstanders. Natuurlijk zijn we lid van de NCRV en stemmen mijn ouders ARP. Op het forse bruine dressoir staat het VU-busje.

Onze club deelt het sportveld aan de Leeuwarderweg met LSC. Ik krijg een paar tweedehands hoge kicksen en train elke woensdagmiddag op het sportpark dat twee voetbalvelden heeft. Aan de lange zijde van het hoofdveld staat een houten tribune in Amsterdamse Schoolstijl. Ik voetbal niet alleen bij de club; als het eerste elftal thuis speelt, ga ik altijd kijken en aanmoedigen en ben ik bovendien zelfbenoemde ballenjongen. Het clubtenue bestaat uit een oranje shirt met witte V-hals, een witte broek en oranje kousen met een witte bies.

***

De dag na het ongeluk ga ik met heit naar de huisarts. Dokter Dethmers woont aan de Jousterkade, in een statig pand, waar hij woont en praktijk houdt. Hij is ook gereformeerd. Als we aankomen zit de wachtkamer stampvol. Er staan wat klapstoelen, maar de meeste patiënten moeten staan. Het is niet nodig om een afspraak te maken, je vraagt wie er als laatste binnengekomen is en wacht af. Soms werkt de dokter zijn patiënten snel de deur uit, maar het gebeurt ook dat het consult van de laatste patiënt voor je ruim twintig minuten duurt. Ik ruikt natte jassen en zweetlucht. Het is lang geleden dat de oude man naast me zijn tanden gepoetst heeft. Een forse vrouw tegenover ons plukt aan haar hals en haar mond trekt. De meeste mensen zwijgen. Iemand vraagt: ‘Zou het nog lang duren?’. Ik peins een tijdje over deze vraag, niemand antwoordt. Dokter Dethmers is een stevige, gedrongen man met een sonore stem. Hij heeft een markante kop, scherpe trekken en een weelderige grijze kuif. Hij kan wel luisteren, maar komt ook meteen ter zake. Over zijn diagnose vindt verder geen discussie plaats. Als we aan zijn bureau in de rokerige spreekkamer zitten, bekijkt en bevoelt hij mijn been. ’Bloeduitstorting, komt vanzelf goed, twee weken rustig aan doen.’ Met ‘Het beste maar weer’ werkt hij ons de deur uit en roept ‘Wie is de volgende?’ Binnen vijf minuten staan we weer buiten.

Ik kan ook de volgende wedstrijd niet spelen. Oosterwolde schakelt ons uit voor de Friesland Cup. In mijn leven gaat voetbal een grote rol spelen. Ik speel met overgave, de gereserveerdheid in het dagelijkse leven valt weg als ik op het veld sta. Rangen en standen spelen geen rol. Vriendschappen ontstaan en duren levenslang. Voor mij is voetbal geluk. Oneindig veel meer dan een balletje trappen.