‘Als kind speelde ik en als volwassene doe ik dat nog steeds, alleen noem ik het nu schrijven. Sinds twee jaar schrijf ik korte verhalen en na een nominatie voor de Baarnse Literatuurprijs neem ik mijn pen iets serieuzer. Mijn handen schrijven en mijn hoofd hobbelt erachteraan. Het is magisch. Ik heb een novelle geschreven en ik zoek actief naar een uitgever waar het verhaal onderdak krijgt. En in de tussentijd doe ik een gooi naar een roman.’
Kadijah
De rij slingerde als een slang door de oververhitte straten van de stad. Heet asfalt en gloeiende tegels knabbelden aan de rubberen schoenzolen van de duizenden mensen die stonden te wachten. De deuren van het Broadway Theater zouden pas om 20:00 uur opengaan, maar men kon geen risico nemen. Er was één kans om hét wonder van de wereld te aanschouwen. Wat dat wonder was, wist niemand. Maar iedereen wilde het zien, voelen en consumeren. Het speculeren domineerde de rij. Elk individu had een theorie, hoop of fascinatie voor het mysterie dat zich bevond in het meest iconische gebouw van New York. Zowel Mekka als de Klaagmuur verdwenen in het niet door de stroom aan bezoekers en de hoge verwachting van het … iets. En de wereldreligies konden het voor even met elkaar vinden, want elk geloof en iedere denominatie wilde de ander overtreffen met het gelijk. Er werd gepraat, gevochten om sta-ruimte en feestgevierd. Straatmusici liepen de rijen af als aasgieren en predikanten hadden eindelijk publiek dat vrijwillig stilstond. Foodtrucks verdienden bakken met geld, en winkeliers duwden hun waar de straat op: verzacht het wachten met een energydrink, twee voor de prijs van één. Elk mens wilde zich naar voren navigeren door een zee van warme lichamen. Behalve Kadijah.
Ver naar achter, ergens in de staart van de slang, zat Kadijah in een rolstoel te bedelen om aalmoezen. Haar schouder leunend tegen een vuilcontainer en een nooduitgang van een gebouw. Kadijah had een donkere huid, was gezet en droeg als devote moslima een paarse hidjab. Haar benen waren tot kniehoogte geamputeerd en ze was blind aan één oog. Dit waren de zichtbare ‘mankementen’. In het verborgene viel ze op vrouwen. Toch kon ze de liefde voor de vrouw niet onder woorden brengen of uiten, want hoewel ze huisde in het lichaam van een vrouw, had ze het verstand van een achtjarige. Ze bedelde, dag in dag uit. En deze dag kreeg ze genoeg medelijden. Haar besmeurde Starbucks to go-beker werd goed gevuld. Dat geld zou uiteindelijk de zakken vullen van Kadijah’s oom: ze moest immers huur betalen voor inwoning. Omdat de zaken goed gingen, kwam oom langs om haar beker leeg te gooien in zijn flatcap. Kadijah kon weer opnieuw beginnen, en oom duwde zich tussen de menigte. Iedereen wilde nog maar één ding zien: hét wonder.
Kadijah kneep haar ogen tegen de brandende zon. Het zweet gleed onder haar hidjab vandaan over haar wang en kleine druppels dropen op de stomp van haar been. Ze volgde de druppels en vergat de voorbijgaande mensen die haar negeerden of een dollarcent lieten klinken in haar to-go. Niemand zag dat de deuren achter Kadijah zich openden. Alleen Kadijah voelde ijzige koude lucht langs haar lijf trekken, en ze rook de geur van een vochtige kelder. Twee handen grepen de hendels van haar rolstoel en trokken haar de schaduw in. Kadijah wilde schreeuwen, en dat deed ze. Een kreet bereikte de straat, maar vervloog in de mensenmassa. Haar beker viel en de aalmoezen rolden over de stoep: dat werd wel opgemerkt. De klapdeuren sloten en Kadijah werd de duisternis in getrokken. Ze probeerde met haar handen de wielen tot stilstand te brengen, maar de urgentie van haar kidnapper was te groot. Kadijah gaf op. Ze duwde haar hoofd naar achteren om te zien wie haar zo wild van straat had geplukt, maar alleen een silhouet stak soms af tegen de donkere, eindeloze gang. Om haar paniek de baas te zijn, keek ze maar omhoog naar alle buizen die door en langs het plafond liepen. Met een soepele zwaai werd Kadijah ineens omgedraaid. Een deuropening met verblindend licht brak het duister. Ze werd naar voren geduwd. De ondergrond veranderde van beton naar hout, en de gympen van haar kidnapper piepten. Kadijah werd voor een pikzwart doek geplaatst. Haar kidnapper droop af. Met grote ogen keek Kadijah toe hoe het grote doek over de vloer heen sleepte. Ze zat in haar rolstoel oog in oog met een stille menigte die hét wonder van de wereld kwam aanschouwen binnen de muren van Broadway: Kadijah, hét wonder, de laatste in de rij.