In de GALERIJ vind je korte intro's over bekende schrijvers van korte verhalen, vooral uit Amerika, de bakermat van het korte verhaal.

AMERIKA

Raymond Carver

De Amerikaanse schrijver Raymond Carver (1938-1988) wordt wereldwijd beschouwd als de meester van het korte verhaal. Zijn literaire reputatie dankt hij aan zijn minimalistische, uitgebeende stijl, die veel navolging vond. Carver schreef over mensen uit de sociale onderklasse die worstelen met eenzaamheid, relatieleed, verlies, drankzucht en afwijzing. Toch zijn het geen sombere verhalen. Op een subtiele, tragikomische manier komen zijn personages in het reine met hun lotsbestemming. Ze vinden de innerlijke kracht om de moed voorlopig nog niet op te geven.

Na Carvers dood werd bekend dat Gordon Lish, Carvers redacteur, de verhalen tot de helft had ingekort. Hoewel Carver zijn roem dus voor een deel te danken had aan zijn redacteur, was hij niet onverdeeld gelukkig met diens ingrepen, die veel verder gingen dan integer redigeren. Dankzij Carvers weduwe Tess Gallagher zijn een aantal originele verhalen gepubliceerd zonder de ingrepen van Lish.

Je weet nooit precies hoe Raymond Carver erin slaagt je met zijn verhalen te raken. Het heeft met sfeer te maken, met het schijnbaar achteloos gebruik van symbolen, maar misschien nog het meest met hoe hij zijn personages beschrijft, die meestal ook zelf de verteller zijn en met het beschrijven van de wereld ook hun eigen binnenwereld van commentaar voorzien. Hun zelfbeeld geeft de lezer extra informatie over hun ervaringen. Als lezer word je een intimus.

Rick Moody

De Amerikaanse schrijver Rick Moody (1961) schreef de romans De ijsstorm (1998) en Amerikaans barok (2000). Hij heeft een authentieke schrijfstijl die o.a. gekenmerkt wordt door een fenomenale woordenschat, barokke woordenstromen en gedurfde perspectiefwisselingen. In de keuze van onderwerpen is hij origineel en innovatief. Dit alles komt naar voren in Duivelskunde, een bundel van dertien verhalen die in allerlei opzichten (thematiek, lengte, vorm, stijl) van elkaar verschillen, en steeds ontroeren, vermaken en overrompelen. Moody spreekt diverse stemmen (academisch jargon, pubertaal, ironisch middeleeuws), en kruipt even makkelijk in de huid van een depressieve vrouw als in die van een mythomane beleggingsadviseur. Er is een brief aan een gestorven zus, de beschrijving van een platencollectie. Prachtig is een relatieverhaal waarin cruciale puzzelstukjes ontbreken. Teder, heftig, liefde, dood, alles zit in deze fascinerende bundel.

John Updike

John Updike (1932-2009) is een van de grootste Amerikaanse schrijvers. Met zijn vele romans (o.a. de Rabbit-cyclus) was hij dé chroniqueur van de Amerikaanse zeden vanaf de vrijgevochten jaren zestig tot in het nieuwe millennium. Terugkerende thema’s zijn huwelijk, verliefdheid en seksuele begeerte, maar ook ideeën over politiek, religie en kunst stempelen zijn oeuvre. Updike was op zijn best als schrijver van korte verhalen. De postuum verschenen bundel ‘De tranen van mijn vader’ laat dat nog eens goed zien. In deze verhalen zijn vooral oude mannen aan het woord. Ze herinneren zich hun jeugd en ambities, hun liefdes en huwelijken, de cruciale momenten in hun leven. Met warmte en melancholie kijken ze terug op het leven dat voluit geleefd is en dat nu in ouderdom zijn voltooiing vindt. Updike schrijft prachtige zinnen; zijn observaties van mensen zijn liefdevol, inlevend en ontroerend. Daarbij dringt de ervaring van een mystieke berusting zich op. Niet expliciet uitgesproken, maar voelbaar in elk verhaal en elke zin: het leven was goed zoals het was.

Annie Proulx

Annie Proulx (1935) schreef naast romans ook een aantal verhalenbundels. In De gouverneurs van Wyoming (1999) schrijft ze over het leven van rodeohelden, barvrouwen en ranchers tegen de achtergrond van het ruige landschap van Wyoming. In het verhaal ‘Curriculum vitae’ wordt in enkele pagina's een mensenleven vol tegenslagen beschreven. De toon is zakelijk maar het verhaal wordt aandoenlijk door het vermelden van specifieke details. Hels stof (2005) is een vervolgbundel met verhalen uit Wyoming. Vijf psychologisch uitgerijpte en literair krachtige verhalen vormen de kern van de bundel. Hier excelleert Proulx in het beschrijven van in het leven verdwaalde mensen die hun weg zoeken in een desolate wereld. Zes luchtiger verhalen larderen de literaire fictie.  In Goed zoals het is (2010), een derde deel met verhalen uit Wyoming, spelen vrouwen een belangrijke rol. Een kolonistenvrouw krijgt een miskraam terwijl haar man als cowboy maanden van huis is. Een vrouw laat haar mobieltje thuis en maakt een wandeltocht door de bergen; haar been komt klem te zitten tussen twee rotsblokken. In het slotverhaal raakt een jonge vrouwelijke soldaat gewond in Iraq. Er rest haar geen andere mogelijkheid dan terug te keren naar de ‘hel’ van Wyoming.

 

John Cheever

Zijn verhalen zitten vol levenspijn, maar zijn stijl is licht. Die tegenstelling typeert het werk van John Cheever, een schrijver (en man) van uitersten. Na zijn dood lazen zijn kinderen in een stapel dagboeken hoe hij een dubbelleven had geleid. John Cheever, in 1912 geboren onder de rook van Boston, debuteerde in 1935 met een verhaal in The New Yorker. Hij kreeg de National Book Award voor zijn roman The Wapshot Chronicle. Cheever voelde zich de mindere van zijn collega’s John Updike en Norman Mailer. Binnen zijn ‘idyllische’ huwelijk was hij vaak intens eenzaam. Hij ging vreemd met mannen én vrouwen. Cheevers innerlijke tweespalt is de sleutel om zijn werk te duiden. Aan de oppervlakte ligt een glans van het goede leven. Daaronder wroet een waarheid die niet wordt uitgesproken, maar voelbaar gemaakt. De katholieke Cheever had een sterk ontwikkeld gevoel voor een transcendente werkelijkheid. Die verscheurt de façade van de feestjes in de Amerikaanse suburbia en confronteert de mens met zonde en oordeel.

Typerend is ‘De zwemmer’, een lichtvoetig verhaal dat gaandeweg verduistert en allerlei vragen oproept. Neddy Merrill, een veertiger, besluit het tuinfeest van zijn vrienden te verlaten en de 10 km lange terugweg naar huis deels zwemmend af te leggen. Als een cartograaf ziet hij de route (langs 12 privézwembaden en een openbaar zwembad) die bij zijn huis uitkomt. De tocht begint als een halfdronken schelmenstreek, maar zwembad na zwembad slaat de sfeer om. Het zwemmen gaat steeds moeizamer, de zwembadeigenaren worden kortaf en het wordt donker. Als Neddy thuiskomt, is zijn huis leeg en verlaten. ‘De zwemmer’ leest als een metafoor van het ouder worden en de vergankelijkheid.

Tobias Wolff

Tobias Wolff debuteerde in de jaren tachtig met enkele verhalenbundels (o.a. Jagers in de sneeuw). Zijn autobiografische roman De jongen die ik was (1990) werd verfilmd met Leonardo DiCaprio en Robert De Niro in de hoofdrollen. Daarnaast schreef Wolff een memoir over zijn belevenissen als soldaat in Vietnam. Samen met o.a. Raymond Carver wordt hij beschouwd als een grootmeester van het Amerikaanse korte verhaal. De bundel Hier begint het verhaal uit 2010 bevat zijn beste verhalen uit eerdere bundels en een tiental nieuwe verhalen. Wolffs verhalen zijn stilistische juweeltjes over excentrieke, herkenbare personages die op een tragikomische wijze met elkaar botsen en met meer levensinzicht of een illusie armer hun levenspad vervolgen. Aan wie nog niet vertrouwd was met het werk van Tobias Wolff biedt deze verzamelbundel een herkansing. De kenners van zijn werk kunnen aan de nieuwe verhalen hun hart ophalen. Een mooie uitgave die een door velen vergeten schrijver weer volop in de schijnwerpers zet.

Kevin Canty

Kevin Canty (1953) debuteerde in 1995 met de bundel Een vreemde in deze wereld. Daarna verschenen drie romans (o.a. Twintig graden vorst; 2000). Met Honeymoon (2001) keerde Canty terug naar het korte verhaal. Hij schrijft er over mannen die in hun relaties met vrouwen worden geconfronteerd met gevoelens van onzekerheid over de eigen identiteit. Ook in de verhalenbundel Waar het geld bleef (2009) gaat het over mannen en hun moeizame ervaringen met de liefde. In relatie met de andere sekse ontdekken zij hun mannelijk tekort. Canty schrijft geen gladde verhalen over gemakkelijke veroveringen, het zijn psychische portretten van mannen die bij een nieuwe relatie nog een last uit het verleden meetorsen en daarmee in het reine moeten komen. Soms lukt dat, soms niet. Canty’s stijl is sober, realistisch en trefzeker. Gedetailleerd registreert hij de wereld waarin zijn personages zich bewegen. Gevoelig en gelukkig altijd impliciet laat hij zien wat hen blokkeert en hoe ze tot een dieper inzicht komen over zichzelf en de vrouwen in hun leven. De lezer raken op de korte afstand, Raymond Carver kon dat, Canty kan het nog steeds!                   

Charles D'Ambrosio

In 1996 verscheen de eerste bundel van Charles D'Ambrosio (1960), Haar eigen weg. De bundel Het dodevissenmuseum bevat acht realistische, sfeervolle verhalen over emotioneel complexe relaties en extreme ervaringen, waarin factoren als eenzaamheid, psychisch letsel, misbruik en verlies het lot van de personages bepalen. Hoewel de mensen in deze verhalen zich bevinden in bedreigende situaties of verkeren in een onzekere overgangsperiode, zijn het geen deprimerende verhalen. Het zijn enerverende beschrijvingen van geestelijke groei, van doorbrekend inzicht in de waarde en de kwetsbaarheid van het bestaan. Qua thematiek en stijl sluiten deze verhalen aan bij de school van Raymond Carver. Maar D’Ambrosio steekt met kop en schouders boven zijn collega’s uit. Het is vooral de precisie van zijn composities die indruk maakt. Ook is hij in staat om indringende psychische processen in woorden op te roepen. Korte verhalen zijn als genre misschien minder geliefd dan romans, maar deze bundel is zo overweldigend goed, een absolute aanrader!

Richard Ford

Een van de beste Amerikaanse schrijvers van korte verhalen is Richard Ford (1944). Zijn bundels Vuurwerk (Rock Springs) uit 1989 en A Multitude of Sins (2001) doen niet onder voor zijn romancyclus over Frank Bascombe. Hierin volgen we met tussenpozen van tien jaar de belevenissen van een Amerikaanse man die op een stoïcijnse manier de klappen van het leven incasseert en zijn ervaringen op een openhartige, bijna laconieke manier onder woorden brengt. Na De sportschrijver (1986), Onafhankelijkheidsdag (1995) en De stand van zaken (2006) pakt Ford in de verhalenbundel Het had erger gekund (2015) de draad van Franks leven weer op. Hij bezoekt zijn eerste vrouw die aan Parkinson lijdt en in een luxe verzorgingshuis verblijft. Daarna gaat hij langs bij een vriend die op sterven ligt en een voor Frank pijnlijke bekentenis doet. Hij rijdt door een woonwijk die door de storm Sandy is verwoest. Bij zijn vroegere, nu vernielde woonhuis denkt hij terug aan zijn carrière als makelaar. De dood van zijn zoontje Ralf is ook in dit boek de sterkste herinnering. Dit summier aangestipte, maar steeds terugkerende verlies én de teloorgang van Amerika zijn de hoofdthema’s van dit subliem beschreven mannenleven. Richard Ford (1944) kreeg zowel een Pulitzer Prize als de PEN/Faulkner Award.

James Salter

James Salter (1926) is een Amerikaanse auteur met een macho elegante schrijfstijl. Hij begon met schrijven na een loopbaan als gevechtsvlieger. Hij schreef scenario’s voor Amerikaanse speelfilms. In zijn autobiografie Dwars door de dagen (1997) staan boeiende portretten van schrijvers en filmsterren (o.a. Robert Redford). Zijn roman Spel en tijdverdrijf (1967) is bekend vanwege openhartig beschreven seksscènes. Geroemd worden Salters korte verhalen, die uitblinken door een geraffineerde psychologie, sferische observaties en filmische perspectiefwisselingen. Zijn verhalenbundel Schemering (Dusk and Other Stories) werd in 1989 bekroond met de PEN/Faulkner Award. Op dezelfde voet schrijft Salter in Laatste nacht over man-vrouwrelaties, overspel, verlangen naar onmogelijke liefde en heimwee naar verdwenen passie. De tijd is geen bondgenoot van Salters personages: verlating, ziekte en ouderdom liggen in het verschiet. Ook het communiceren van verlangen blijkt geen sinecure. Salter toont mensen in hun meest kwetsbare positie: verlangend naar een liefde die niet wordt vervuld.

Dave Eggers

Dave Eggers (1970) debuteerde in 2000 met de roman Een hartverscheurend verhaal van duizelingwekkende genialiteit. De verhalen in de bundel Hoe hongerig wij zijn (2004) lijken speels en luchtig aan de oppervlakte, maar hebben een kern van existentiële droefheid en een bijna religieus verlangen. Quasi achteloos duwt Eggers tegen de pijnlijke plekken van de menselijke conditie, zonder daarbij expliciet te moraliseren. Hij laat zien hoe mensen op exotische locaties (Costa Rica, Tanzania, Egypte, Schotland) omgaan hun angsten, hun dromen en verlangens. Eggers’ personages verwonden zich aan de realiteit en hongeren naar verlossing, al ligt die soms over de grens van wat je als mens van het leven kunt verwachten. Prachtige verhalen over relaties en identiteit.

David Vann

Legende van een zelfmoord (2008) is een sterk literair debuut over de impact die de zelfmoord van zijn vader op het leven van de schrijver heeft gehad. In vier gefictionaliseerde verhalen vertelt David Vann wat voor man zijn vader was, hoe het huwelijk van zijn ouders uitliep op een scheiding en hoe zijn vader zichzelf doodde. Ingebed tussen deze korte verhalen bevindt zich het hoogtepunt van het boek, een roman over een vader en zijn 13-jarige zoon Roy die zich terugtrekken op een onherbergzaam eiland in Alaska om er op eigen kracht te overwinteren. Ze zullen zich voeden met de vis die ze vangen en het wild dat ze schieten. Roy ontdekt dat zijn vader mentaal niet is opgewassen tegen de ontberingen die ze beleven. Dan gebeurt er iets vreselijks wat het hele verhaal doet kantelen en de lezer meesleurt in een hartverscheurend drama. Het verhaal bevat weergaloos mooie beschrijvingen van de ruige kust van Alaska: desolaat decor voor een hommage aan een vader die verdwaalde in zijn bestaan. Dit boek werd overladen met prijzen en lovende kritieken: ‘unputdownable!’ Niet neer te leggen!

BRAZILIË

Clarice Lispector

Psychologie en mystiek gaan hand in hand in de verhalen van de Braziliaanse schrijfster Clarice Lispector (1920-1977). Zij had een bewogen leven. Haar grootvader werd vermoord bij een pogrom in Oekraïne, haar grootmoeder verkracht. De rest van de familie wist te ontkomen naar Brazilië. Clarice’ vader (die zijn dochter inwijdde in de Joodse mystiek) werd er voddenman. Hij sloofde zich uit zodat zijn dochter rechten kon studeren. Clarice trouwde met een diplomaat en woonde jarenlang in New York. Zij kleedde zich als een diva, maar vanbinnen was zij een balling en een ziener.

Lispector werd eens getypeerd als de vrouwelijke Kafka. Maar met zulke goedbedoelde superlatieven doe je haar geen recht. Je hoeft geen vrouw te zijn om verslaafd te raken aan Lispectors subtiele registraties van menselijk inzicht en aan de onverschrokkenheid waarmee zij onze angsten en verlangens peilt, en naar kracht zoekt. In de mooiste verhalen opent zich een diepere realiteit en vindt het personage een nieuwe oriëntatie.